|
 |
Esther Prade over
Er was eens…
"Als kind vond ik Asspoester altijd het mooiste
sprookje. Gewoon een lekker dom, romantisch verhaal. Ik heb later ook altijd een zwak
gehad voor bouquetreeksboekjes en straight to video boy meets girl Judith Krans/Danielle
Steel-rotzooi. Ik heb een lichte voorliefde voor wansmaak en kitsch. Als ik niet in
sprookjes zou geloven, zou ik niet meer op deze aardbol zijn vanwege een zelf gekozen
dood. In aanvulling op die wat schokkende uitspraak: sprookjes houden mij op de been. Het
ideaal dat je najaagt, de hoop om ooit het sprookje te ervaren, geeft invulling aan je
leven, ook al is de werkelijkheid een stuk minder mooi dan in je droom. Hoe ouder ik word,
hoe minder ik geloof in de prins op het witte paard. In mijn eigen leven voel ik me steeds
meer Assepoester die tot de ontdekking komt dat ze zelf haar eigen droomprins is.
De
Assepoester in mijn film is Suriname, een meisje dat in haar oude kloffie een armoedig,
geïsoleerd bestaan leidt. Ze is vooral goed om haar boze stiefmoeder (de oppermachtige,
westerse kolonisators) te dienen, maar wint het uiteindelijk van de gemene stiefzusters
(de andere westerse landen) die eigenlijk alles meehadden. Is dat geen prachtig sprookje?
Ik hoop dat degenen die naar mijn film kijken zich gaan realiseren dat er heel veel goud
is in Suriname!"
|
|
|
In Goud voor Suriname probeert regisseur
Esther Prade een ander dan het bestaande beeld van de Surinaamse samenleving en cultuur te
geven. Zij vertelt het succesverhaal van de Surinaamse zwemmer Anthony Nesty, die op de
Olympische Spelen in Seoel in 1988 de eerste gouden medaille voor zijn land verovert. Het
goud van Nesty betekende een overwinning voor heel Suriname. Het land stond op zijn kop:
wapperende vlaggen, oorverdovend lawaai van autoclaxons, uitbundige feesttaferelen. Nesty
werd als een held binnengehaald.
Toch is Goud voor Suriname niet alleen het
succesverhaal van een sporter. Het is ook het bredere verhaal van een samenleving, die
haar hoofd boven water probeert te houden in een complexe internationale context, en van
politieke machthebbers die een jongensdroom hielpen te verwezenlijken. Het hardwerkend
middenstandsmilieu, waarin zowel Anthony Nesty als de filmmaakster Esther Prade
opgegroeiden, ligt aan de basis van dit sprookje. Een sprookje over een gewone Surinaamse
jongen die een nationale legende werd
|
|

|
|
|
|
12
JULI 22.50
NED.1 |
|
CREW |
Regie: Esther Prade
Producent: Paul de Bont
Redactie: Ruud Moll (IKON), Mignon Huisman (KRO)
Camera: Kester Dixon
Geluid: Hugo Helmond
Montage: Gijs Zevenbergen
Productie: Marty de Jong / Saskia Hesseling voor Paul de Bont Producties |
Curriculum
vitae
Esther Prade
Esther Prade, geboren in 1965 in Paramaribo, studeerde in
1997 af aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Sindsdien
werkt zij onder meer voor de VPRO (Veldpost) en de Humanistische
Omroep. Haar spraakmakende documentaire Prade woont niet meer hier
over haar vader Hans, werd in 1998 uitgezonden door VPRO Televisie.
Prade ziet haar film als een ode aan de middenklasse van Paramaribo,
waar zij zelf in opgegroeid is. De documentaire is tevens een
eerbetoon aan Suriname, een land dat volgens Prade 'een
onuitputtelijke hoeveelheid goud in de vorm van waardevolle mensen
herbergt'. Zelf had ze een gelukkige jeugd in het Paramaribo van de
jaren '70 en '80. Een jeugd die in het teken stond van zwemmen. Haar
vader speelde daarbij een belangrijke, stimulerende rol. Beide
aspecten heeft ze gemeen met Anthony Nesty, die uit hetzelfde milieu
komt en die eveneens veel van zijn succes aan zijn vader te danken
heeft. Prade gaat met haar documentaire in tegen het feit dat haar
geboorteland sinds de jaren '80 vrijwel uitsluitend negatief in het
nieuws komt, waardoor de positieve berichtgeving over het leven in
Suriname vergeten dreigt te raken.
|
|
^
UP |
|